Zo’n aquarium.
Het ziet er fantastisch uit.
‘Zo moeilijk kan vissen houden niet zijn’, mompel je. Je klikt en doet een bod op een bak van 100 liter.
Dat weekend vul je hem met grind, water, en vissen.
Makkelijk, toch?
Natuurlijk niet
Want je corydoras komen met rode kieuwen naar adem happen.
‘Heeft u uw aquarium dan niet laten indraaien, mevrouw?’, vraagt de slungelige jobstudent van de Aquastore.
In 20 lange minuten vertelt hij je alles over de stikstofcyclus: bacteriën die schadelijke afvalstoffen omzetten naar iets wat niét schadelijk is voor je vissen. Of zoiets.
Wat je wél hebt onthouden: zo’n cyclus is er niet van vandaag op morgen. Het is zoals wachten op de bus naar Mechelen: je moet er geduld voor hebben.
Er zijn nog meer dingen die je niet wist
Dat je een filter nodig hebt om het water schoon te houden, bijvoorbeeld. En verlichting. En een verwarmingselement: tussen 20 en 25 graden is ideaal voor je cory’s. Je moet regelmatig het water verversen, maar niet alles in 1 keer. Want dat is slecht voor de bacteriën én voor de vissen. Natuurlijk.
Er blijken nog meer dingen slecht voor je vissen: de waterconditioner vergeten toevoegen als je het water vervangt, bijvoorbeeld. En je testkit van Colombo niet bovenhalen om de waterkwaliteit in het oog te houden. Want anders worden je vissen ziek. Of krijgen ze stress. En dan worden ze dáár weer ziek van.
Eigenlijk hoor je het grind te vervangen
Want corydoras hebben snorretjes om de bodem mee af te tasten. En grind voelt scherp voor ze aan. Veel te scherp. Zoals wanneer je de wortels raspt en per ongeluk ook wat van je wijsvinger schaaft.
‘Je vissen staan in de National Geographic’
Je zoon wappert het magazine door de lucht.
‘Echt?’ Je grist het boekje uit zijn handen.
‘Nu ja, niet de jouwe. Maar er staat wel dat corydoras eigenlijk uit Zuid-Amerika komen. En in rivieren leven. Dus ze vinden echte planten vast veel leuker dan die lelijke sierplant van je.’
Die ochtend nog vis je de blauw-roze sierstruik uit je aquarium
En na het werk haal je tien planten bij de Aquastore. Echte. Je stopt ze lekker diep in de bodem en schenkt jezelf een glas rosé in. Lekker bezig, jij.
Eén week later zien je planten eruit als andijvie. Verlepte.
Google zegt: ‘Je planten zijn aan het smelten. Ze worden boven water gekweekt, en moeten nog wennen aan onder water zijn.’
Net zoals toen je lichaam vorige lente moest wennen aan een looprondje door het park. Je bent de schok nog altijd niet te boven. Hopelijk zijn die planten robuuster dan dat.
Je doet nog meer ontdekkingen
Drie van je planten zijn epifyten. Dat zijn planten die niét met hun wortels in de bodem mogen. Oeps.
En ze hebben allemaal genoeg licht en voedingsstoffen nodig, voegt Google nog toe.
Je kiepert vijftien milliliter all-in-one plantenvoeding in het water en zet je Superfish-verlichting op max.
‘Nu zullen ze wel groeien’, zeg je.
‘Uhu.’ Je man slaat de Dag Allemaal open.
Een week later zit er groene drab op het aquariumglas
Algen.
Algen zijn zoals die pestkop die in het eerste middelbaar je lunchgeld afpakte om er zelf een broodje Mexicano mee te kopen. Ze gaan aan de haal met het eten van je planten en dringen voor om al het licht weg te graaien. Je bent ze liever kwijt dan rijk.
Na 24 dagen ben je ze kwijt. Eindelijk
‘Zo’, zegt je man als je naast hem in de zetel ploft. ‘Is dat aquarium nog niet rijp voor het grofvuil?’
Je rolt met je ogen. ‘Glas mag niet bij het grofvuil, schat.
Trouwens, die bak ziet er fantastisch uit.
Precies wat ik had verwacht.’




